Bijvissen
Een discus houdt niet van drukte. Kies daarom voor in uw gezelschapsaquarium liefst rustige kleine bijvisjes.
Hieronder geven we een kleine omschrijving van een aantal mogelijke bijvisjes.
HOCKEYSTICK
Dit is een vreedzame, rustige scholenvis van 6 cm lang.
Hij houdt niet van vervuild water.
Hij eet alle visvoer, zolang het maar gevarieerd blijft.
Dit visje heeft nog naaste familie wonen in de wateren van West Brazilië en Peru.
HASEMANIA of KOPERZALM
De koperzalm is een levendige scholenvis die houdt van een flinke stroming.
Op een donkere bodem komen hun kleuren goed tot hun recht.
Vrouwtjes worden tot 5 cm maar hebben in tegenstelling met de Kardinaal Tetra geen vetvin.
Hun lichaam is zijdelings afgeplat.
Deze visjes wonen in Zuid-Amerika en kunnen leven op droogvoer en klein levend voer.
ROODNEUSZALM
Dit zijn visjes uit het Amazone stoomgebied. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit cyclops, watervlo, muggenlarven en droogvoer, als de nood dringt. Het zijn zachtaardige visjes die uitstekend te combineren zijn met vele soorten aquariumvissen, zolang er maar voldoende planten aanwezig zijn. Hun lengte variëert tussen de 4 en de 5 cm. Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is nauwelijks merkbaar. Wil men kweken met deze visjes dan hou je ze best in schooltjes van minimum 15 stuks. Met dit aantal komt hun schoonheid ook heel mooi naar voren. De waterwaardes voor de kweek zijn dezelfde als die voor onze discussen. Verwijder de ouderdiertjes na de afzet om eivraat te voorkomen. Buiten de kweek houden ze van zacht water op een temperatuur tussen 23 en 26°c. Deze roodneuszalm wordt vaak verward met de roodkopzalm of hemigrammus bleheri. Vanwege deze sterke overeenkomsten gaan we op deze laatste niet dieper in.
BLOEDVLEKTETRA
Dit is een scholenvisje dat voornamelijk leeft in de middelste en onderste waterlagen van het aquarium.Halverwege het lichaam, ter hoogte van het oog, hebben zij een kenmerkende rode vlek. Het mannetje is kleurrijker dan het dikker gevormd vrouwtje. De aarsvin van het mannetje is boogvormig met een wit-blauwe glans tevens is zijn rugvin sikkelvormig verlengd. Hun maximale lengte gaat tot 8 cm. Zij kunnen worden gehouden en gekweekt op een temperatuur tussen 24 en 27°c.
Hun herkomst is Zuid-Amerika en hun voeding is in grote lijnen gelijklopend met die van onze discus.
POTLOODVISJE
Het is een speels, slank scholenvisje van 5 tot 8 cm lang dat voornamelijk de bovenste waterlagen bewoont. Hier vindt het gemakkelijk zijn voedsel zoals bladluizen, watervlooien, muggenlarven en tubifex. Dit diertje heeft een klein bekje in een spitse snuit. Het komt in verschillende kleurvarianten voor maar typerend blijven wel de zwarte lengtestreep vanaf de snuit tot aan de staartwortel, de aarsvin en de onderste staartvin zijn steenrood.Het houdt van een dichtbegroeide aquarium, geschikt voor de eiafzetting. Bij een temperatuur tussen 24 en 26°c en een ph rond de 7 voelen deze Zuid-Amerikanen zich uitermate prettig.
KOPSTAANDER
Ze zwemmen met hun kop naar beneden, enkel wanneer ze haastig zijn, zwemmen ze in een normale houding. Hun voeding bestaat voornamelijk uit organisch afval en algen dat ze op de bodem terugvinden. Vinden ze dit niet dan doen ze zich zonder problemen tegoed aan het voer van onze discussen. Tijdens het zoeken naar voedsel en tijdens het paringsgedrag maken zij een klikkend geluid dat hoorbaar is tot buiten het aquarium. Het mannetje is iets kleiner dan het iets dikkere vrouwtje maar zekerheid over het geslacht geeft dit niet. Ze kunnen tot 9 cm worden, ze hebben een zilverachtige glans en een zwarte lengtestreep van bek tot staartwortel. Deze scholenvis uit de Guyana landen en Peru is moeilijk te kweken.
ANTENNE BAARSJE
Het antenne baarsje of zijn vroegere benaming “Apistogramma ramirezi” is een mooi voorbeeld van dwergcichliden. Antenne baarsjes zijn goedaardige en rustige visjes die samen kunnen gehouden worden met andere cichliden in een gezelschapsbak. Zij houden van schuilmogelijkheden maar niet van een sterke stroming. Ze zijn afkomstig van Venezuela en Colombia.
DAMBORDCICHLIDE
De latijnse naam voor deze cichlide is nannacara anomala. De mannetjes van deze West Guyaanse cichlide kan 9 cm groot worden, het vrouwtje slechts 5 cm. Buiten de paartijd zijn deze visjes redelijk verdraagzaam ten opzichte van soortgenoten en andere aquariumbewoners. Tijdens de paartijd houd men best maar één paartje van deze soort in een gezelschapsaquarium. Het zijn holenbroeders en stellen aldus een dichte plantengroei, steenformaties en kienhout op prijs. Na het leggen van de eitjes neemt het vrouwtje de volledige broedzorg op zich. Het kan zelfs de aanwezigheid van het mannetje niet waarderen. Komt het mannetje te dicht in de buurt van het nest dan zou ze hem zelfs kunnen doden. Het mannetje neemt dan maar de verdediging van een groot territorium tot zijn taak. Buiten de paartijd stellen deze rustige visjes geen specifieke eisen aan de watersamenstelling. Een temperatuur tussen 22 en 25°c stelt hen al tevreden. Droogvoer staat niet op hun menu, levend voer zoals muggenlarven, tubifex en cyclops kunnen ze des te meer waarderen.
BIJLZALM
De bijlzalm is een scholenvis dat zich voornamelijk ophoudt in de bovenste waterlagen van het aquarium. Deze visjes springen al wel eens uit het water, daarom is het afdekken van het aquarium met een dekglas noodzakelijk. Zij worden tot 7 cm groot, hun oorsprong licht in het Amazone gebied en over nakweek is weinig geweten.De temperatuur van het water wordt best op 25 à 30°C gehouden en hun voeding wijkt niet veel af met dat van de discus.
TANDKARPERACHTIGE
In de grote familie van de tandkarpers onderscheiden we levendbarende en eierleggende tandkarpers. Onder de levendbarende kennen we de guppy, zwaartdrager,en de molly. Onder de eierleggende herkennen we de familie van de Killi’s. Het Amazone gebied en de Guyana landen zijn hun thuisbasis, daar waar het water zacht en zuur is. Van deze visjes mag men geen lang leven verwachten, maximum 3 jaar.Legt men geen dekglas op het aquarium dan kan dit nog veel korter zijn. Zij die eieren leggen, begraven deze in een modderige bodem die na 14 dagen zullen uitkomen. Op hun menu staan schaaldiertjes en muggenlarven.
AMERIKAANSE MESVIS
Het is een donkergrijs-bruine met kleine schubben bedekte vis waarvan de aarsvin over het hele onderlichaam loopt en in een kleine staartvin overgaat. Hij lijkt met andere woorden zeer sterk op een paling. Mannetjes worden tot 45 cm, vrouwtjes halen met moeite de 20 cm. Vanwege zijn afmetingen en het aantal te houden vissen in een school, is een groot aquarium wenselijk. Wenst men ze bij onze discussen te plaatsen dan denken we al vlug aan een aquariuminhoud van meer dan 800 liter. Hij houdt eveneens van zuur water en temperaturen die liggen tussen 22° en 26°c. Muggenlarven staan bovenaan op hun menu. Verder stellen ze zich best tevreden met het andere discusvoer. Wil men ze aan het kweken brengen, verminderen we de geleidbaarheid (µs) van het water.
VLAGCICHLIDE
De latijnse naam is cichlasoma festivum. Deze vis komt uit de wateren van Midden-Amerika. Van zuur, zacht en warm water houden ze het meest. Het zijn ideale bakgenoten van de discussen omdat zij buiten dezelfde waterwaarden ook de rust erg op prijs stellen. Het zijn vissen die de bodem en planten met rust laten als je ze naast levendvoer, diepvriesvoer en droogvoer ook plantaardig voedsel geeft. Het meest in het oog springend kenmerk is de schuine, zwarte lengtestreep die vertrekt vanaf de bek en eindigt in het puntje van de rugvin. De donkergeel omzoomde vlek op de staartwortel en de fors gebouwde vinnen benadrukken nog extra de hoge lichaamsbouw. De staartvin is groot en rond. Vrouwtje worden tot 12 cm en de mannetjes tot 15 cm groot. Daarmee behoren ze tot de gemiddelde grootte in de cichlide familie. Het geslacht is moeilijk te onderscheiden. Wil men ermee kweken dan is het best een schooltje jonge vissen aan te schaffen zodat paartjes uit zichzelf ontstaan.
STURISOMA AUREUM
Deze algeneters behoren tot de familie van de harnasmeervallen. Het is een dunne, lange vis die een lengte van 22 cm kan halen, de lengte van de dunne staartsliert niet meegerekend. Het is een vreedzame, rustige vis die de planten met rust laat en die vooral ’s nachts actief is. Ze houden niet van vervuilt water, een regelmatige waterwissel is dan ook noodzakelijk. Doet men dat niet dan kan de staartsliert verdwijnen. Mannetjes hebben stekelhaartjes op de kop, wat vrouwtjes niet hebben.
Kweken met deze vis is niet echt moeilijk. We zorgen wel voor voldoende algen in de bak die als voedsel zullen dienen voor de jongen ( heel wat zonlicht bevordert de algengroei ). Met hun zuignapbek houden ze hout, planten en het aquariumglas algenvrij ook later als ze volwassen zijn. Men kan ze bijvoeren met voedseltabletten maar levend voer en diepvriesvoer worden ook wel gegeten. Ze zijn het best te houden in licht zuur en zacht water op een temperatuur tussen de 26 en 30°c.
MAANVIS
Dit is een vredelievende vis die planten en bodem met rust laat. De maanvis is een alleseter en durft zich al wel eens te goed doen aan kleine bijvisjes. Zorg voor voldoende zwemruimte. Met zijn diameter van 15 cm en meer neemt hij heel wat ruimte in beslag en zorg je best voor een aquariumhoogte van meer dan 50 cm. en een open plantengroei. Kweken met deze vissen is vrij eenvoudig. Hun kweekgedrag is bijna identiek aan die van de discus.
Het grote verschil is wel dat de jonge larven geen nazorg van de ouders behoeven en dat men ze vanaf de eiafzet zelf kan groot trekken. Het noodzakelijke huidsecreet zoals bij de discus hebben de jonge maanvislarven niet nodig. Eens de eierzak is opgebruikt kan men bijvoederen met pekelkreeftjes. Ook onder de maanvissen zijn veel ondersoorten gekend en vele hiervan zijn creaties van de mens. Net als de discus vindt de maanvis zijn oorsprong in het Amazone gebied.
UARU AMPHIACANTHOIDES
Zij komen voor in de Guyana landen, middenloop van de Amazone en de Rio Negro. In zuur en zacht water, bij een temperatuur tussen 26 en 32°c voelen zij zich het best, zeker wanneer men ermee wil kweken. Deze stoere cichlide kunnen tot 30 cm worden in het wild maar in het aquarium blijven ze beduidend kleiner. In een schooltje voelen deze iets wat schuwe vissen zich het meest op hun gemak. Tijdens de paartijd kunnen de mannetjes zeer onverdraagzaam zijn.
Wil men kweekresultaten behalen dan is het aangeraden de stelletjes te scheiden. Geslachtsonderscheid is niet mogelijk. Het zijn holenbroeders waardoor het aquarium moet bestaan uit rotspartijen. Beide ouders nemen de broedzorg op zich. De jongen voeden zich, net zoals de discuslarven, de eerste 3 dagen met het huidsecreet van de ouders.
De Uaru Amphiacanthoides schuwen het felle licht, voorzie dus geen lichtbehoevende planten. Opteer voor stevige planten, de vis is zogoed als volledig vegetariër.
Botia macracantha
De Botia macracantha of clown modderkruiper is een zeer geliefde vissoort. Niet echt een bijvis voor de discus maar het is mogelijk. Hij leeft op Borneo, het eiland Banka en het Musi bekken op Sumatra. Het is een vrij schuchtere, vredelievende vis die graag in groep leeft, vandaar is het aan te raden hem steeds minimum met twee te houden. Als basisvoedsel zijn allerhande wormachtige aan te raden. In de natuur bereikt deze macracantha een lengte van 30 cm. in ons aquarium echter een lengte van hooguit 15cm.
Eens aan zijn nieuwe omgeving aangepast zijn het sterke vissen die het lange tijd goed doen en enkel wat gevoelig zijn aan witstip wegens hun stressgevoeligheid. Een watertemperatuur van 25 à 30°C. lijkt aanbevolen met een pH waarde van 6 à 6,5. . Kweekresultaten zijn tot heden niet gekend, ze worden wel regelmatig ingevoerd en zijn dan meestal 5 tot 7 cm. groot. Bij de meeste liefhebbers worden deze toch wel onderschatte dieren gehouden als slakkenvangers in ons aquarium.
CORIDORAS
Corydora Coryaeneus Corydora Condiscipulus
Gevlekte Pantsermeerval Arcuatus Corydora
Het zijn 6 cm kleine, vreedzame bodembewoners die het liefst in groep met soortgenoten samenleven. Wil je deze ditennste zijn, dan geef je hen best in een gescheiden gedeelte van de bodem wat witzand waarin ze kunnen grondelen. Doordat ze alles opruimen van etensresten wat achterblijft op de bodem zijn ze een sterke aanrader in elk gezelschapsbak. Het zijn rustige diertjes en laten hun weinig zien.
Coridoras komen oorspronkelijk uit Brazilië, meer bepaald uit de Amazone.